Eisers hebben een verzoek ingediend voor een tegemoetkoming in planschade vanwege de waardevermindering van hun woning door de aanleg van de hoogspanningsverbinding Zuidring Wateringen-Zoetermeer. Verweerder had eerder een beperkte tegemoetkoming toegekend maar verklaarde hun bezwaren ongegrond. Eisers voerden onder meer aan dat gezondheidsrisico's en maatschappelijke discussie over hoogspanningslijnen tot extra waardevermindering leiden en betwistten de taxatie van het adviesbureau.
De rechtbank overwoog dat voor de beoordeling van planschade alleen objectieve ruimtelijke gevolgen relevant zijn, niet subjectieve elementen zoals vrees voor gezondheidsrisico's. Wetenschappelijk onderzoek toont geen causaal verband aan tussen wonen nabij hoogspanningslijnen en ernstige gezondheidsproblemen. De gehanteerde jaargemiddelde belasting van 30% van de hoogspanningsverbinding is voldoende onderbouwd en realistisch.
De rechtbank vond het verschil tussen de taxatie voor planschade en de WOZ-waarde verklaarbaar door verschillen in planologische en feitelijke situatie en achtte de motivering van verweerder voldoende. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.