Eiser vorderde een hogere tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering van zijn woning door de aanleg van een 380 kV hoogspanningsverbinding nabij zijn woning. Verweerder kende reeds een vergoeding toe, maar wees een hoger bedrag af. De rechtbank toetste het bestreden besluit.
De rechtbank overwoog dat de wetenschappelijke inzichten geen causaal verband aantonen tussen wonen nabij hoogspanningslijnen en gezondheidsrisico's zoals leukemie of Alzheimer, mede omdat eiser niet binnen 50 meter van de lijn woont. De vrees voor gezondheidsschade is daarom een subjectief element dat niet meeweegt bij de planologische vergelijking.
Verder werd het advies van het onafhankelijke adviesbureau dat de waardevermindering op objectieve gronden had vastgesteld, als voldoende gemotiveerd en betrouwbaar beoordeeld. Het verschil met de WOZ-waarde en de taxatie van eiser kon worden verklaard door verschillen in planologische invulling versus feitelijke situatie.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het advies terecht aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft gelegd en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.