Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 februari 2016 in de zaken tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
- eiseres en de echtgenoot de aan de echtgenoot toegerekende giften verkeerd hebben berekend, omdat zij zijn uitgegaan van periodieke giften terwijl sprake was van reguliere giften;
- eiseres en de echtgenoot de aan de echtgenoot toegerekende banktegoeden/beleggingsrekeningen te laag hebben aangegeven, voor respectievelijk € 33.553 (2007), € 109.909 (2009), € 134.360 (2010) en € 121.130 (2011).
- verweerder over de jaren 2007 tot en met 2010 mag navorderen;
- sprake is van omkering van de bewijslast;
- met betrekking tot de inkomsten die eiseres genereert met de onder 2 genoemde activiteiten sprake is van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden, met als bijkomend geschilpunt of verweerder in 2007 terecht een stakingswinst in aanmerking heeft genomen;
- de kostenaftrek terecht (deels) is geweigerd;
- de woning [adres] te [woonplaats] ondernemings- of privévermogen is;
- voor 2008 terecht een vergrijpboete van € 8.000 aan eiseres is opgelegd;
- de aan eiseres toegekende dwangsom te laag is;
- eiseres recht heeft op een vergoeding wegens immateriële schade;
- eiseres recht heeft op een integrale kostenvergoeding.
€ 1.060
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, behoudens de bij de uitspraak op het bezwaar tegen de navorderingsaanslag IB/PVV 2007 toegekende proceskostenvergoeding;
- vernietigt de verliesverrekeningsbeschikking;
- gelast verweerder de voor 2007 tot en met 2011 opgelegde (navorderings)aanslagen IB/PVV te verminderen met inachtneming van al hetgeen in deze uitspraak is beslist;
- gelast verweerder de bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 opgelegde vergrijpboete te verminderen met inachtneming van hetgeen onder 44 en 45 is beslist;
- gelast verweerder, zo de vermindering van de (navorderings)aanslagen IB/PVV daartoe aanleiding geeft, de (navorderings)aanslagen Zvw dienovereenkomstig te verminderen;
- gelast verweerder de beschikkingen heffingsrente dienovereenkomstig te verminderen;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van (de vernietigde gedeelten van) de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de dwangsombeschikking;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een dwangsom aan eiseres van € 1.260 binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak;
- draagt verweerder op over de te betalen dwangsom rente te vergoeden overeenkomstig hetgeen hierover in overweging 52 is beslist;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde dwangsombeschikking;
- wijst het verzoek om toekenning van een vergoeding voor immateriële schade, af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.488;
- draagt verweerder op het voor deze procedures betaalde griffierecht van € 45 aan eiseres te vergoeden.