ECLI:NL:RBDHA:2016:3125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beëindiging AIO-aanvulling wegens onjuiste wettelijke grondslag
Eisers ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd beëindigd omdat zij weigerden hun Marokkaanse identiteitsnummers (CIN-nummers) te verstrekken. De Svb baseerde dit op artikel 53a en 54 van de Participatiewet (Pw), omdat de CIN-nummers nodig waren voor onderzoek naar het vermogen in Marokko.
Eisers voerden aan dat tijdens het huisbezoek niet expliciet om de CIN-nummers was gevraagd en dat zij privacyzorgen hadden over het delen van deze nummers met Marokkaanse instanties. De rechtbank oordeelde dat de Svb bevoegd was om deze gegevens op te vragen en dat eisers gehouden waren mee te werken, maar dat het besluit tot beëindiging onjuist was gebaseerd op artikel 54, eerste en vierde lid, terwijl artikel 54, derde lid, van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het niet verstrekken van de CIN-nummers het recht op AIO-aanvulling feitelijk onmogelijk maakte. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.