ECLI:NL:RBDHA:2016:250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning kennismigrant wegens niet voldoen salariscriterium en frauduleus handelen
Eiser, een Turkse kennismigrant, kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend met terugwerkende kracht vanaf 17 mei 2010. Na onderzoek van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid bleek dat eiser niet aan het salariscriterium voldeed, ondanks dat dit op papier wel leek te kloppen. De Inspectie vond geen onderbouwing voor een groot deel van het salaris en verweerder trok de vergunning met terugwerkende kracht in.
Eiser voerde aan dat de intrekking onzorgvuldig was, in strijd met het Associatiebesluit 1/80 en het discriminatieverbod. De rechtbank oordeelde dat eiser zich schuldig had gemaakt aan frauduleus handelen door niet te melden dat hij minder salaris ontving dan op de loonstroken stond, en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij de inhoudingen contant had ontvangen. Hierdoor was het standpunt van verweerder gerechtvaardigd.
De rechtbank stelde dat artikel 6 van Pro Besluit 1/80 intrekking met terugwerkende kracht niet in de weg staat bij frauduleus handelen, en dat eiser niet onder de standstill-bepaling van artikel 13 viel Pro omdat er geen sprake was van legaal verblijf en legale arbeid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het discriminatieverweer verworpen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking met terugwerkende kracht van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.