ECLI:NL:RBDHA:2016:16880
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kinderrechter in mishandelingszaak wegens ontbreken vooringenomenheid
Verzoeker, verdacht van mishandeling, diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die de zaak behandelde. Dit verzoek volgde op een zitting waarbij de zaak werd aangehouden om een getuige te horen die verzoeker zou herkennen.
De raadsman van verzoeker stelde dat de herkenning op zitting onbetrouwbaar was en dat de getuige als benadeelde partij een belang had bij herkenning, waardoor het vertrouwen in een eerlijk proces was geschaad. De kinderrechter motiveerde zijn beslissing tot aanhouding met het belang dat verzoeker aanwezig is om te kunnen reageren op de verklaringen van de getuige.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking niet kan dienen als middel tegen procesbeslissingen en dat de beslissing tot aanhouding niet zo onbegrijpelijk is dat deze alleen door vooringenomenheid verklaard kan worden. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, zodat het wrakingsverzoek werd afgewezen en het proces werd voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter is afgewezen wegens ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.