ECLI:NL:RBDHA:2016:13883
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire overplaatsing wegens ernstig plichtsverzuim en belangenverstrengeling
Eiser, sinds 2007 in dienst bij de gemeente Den Haag, werd in 2015 overgeplaatst als disciplinaire straf wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof onder meer het accepteren van ongespecificeerde facturen, het creëren van een onnavolgbare financiële administratie en het onderhouden van te nauwe banden met een opdrachtnemer.
Na intern en extern onderzoek werd vastgesteld dat eiser onvoldoende professionele afstand hield tot een opdrachtnemer en opdrachten gunde aan een bekende zonder zijn leidinggevende te informeren, wat de schijn van belangenverstrengeling wekte. Eiser betwistte de beschuldigingen maar kon onvoldoende weerlegging bieden.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van eiser toerekenbaar waren en dat de overplaatsing als disciplinaire maatregel niet onevenredig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de disciplinaire overplaatsing wegens ernstig plichtsverzuim en belangenverstrengeling en verklaart het beroep ongegrond.