ECLI:NL:CRVB:2014:1683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim marktmeester
Appellant was sinds 1976 in dienst van de gemeente en werkzaam als marktmeester. In januari 2010 werd hij samen met andere marktmeesters aangehouden op verdenking van het aannemen van steekpenningen van marktkooplieden, in totaal circa €35.000. Het Bureau Integriteit adviseerde de bestuurscommissie tot onvoorwaardelijk strafontslag.
De bestuurscommissie legde op 4 november 2010 het strafontslag op, gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat slechts sprake was van het aannemen van fooien en dat de zwaarste sanctie niet passend was, mede gelet op zijn lange staat van dienst. Ook stelde hij dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De Raad oordeelde dat op basis van observaties, verklaringen van marktkooplieden en collega’s en in beslag genomen enveloppen met geld en codes het plichtsverzuim overtuigend vaststond. Appellant ontkende, maar zijn ontkenning stond haaks op verklaringen van vijf andere marktmeesters. Het aannemen van geld en betrokkenheid bij systematische inzameling schaadde het aanzien van de gemeente en het vertrouwen ernstig.
Gelet op de ernst van het gedrag was het opleggen van onvoorwaardelijk strafontslag gerechtvaardigd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen sprake was van gelijke gevallen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk strafontslag van appellant wordt bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim.