ECLI:NL:RBDHA:2016:1313
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verplichting biometrische gegevens voor Turkse werknemers in MVV-procedure
De zaak betreft een Turkse werknemer die bezwaar maakte tegen de verplichting om biometrische gegevens (vingerafdrukken en pasfoto) af te staan als voorwaarde voor het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in Nederland. De staatssecretaris had dit verplicht gesteld op grond van de Wet biometrie en het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank oordeelt dat deze verplichting een nieuwe beperking vormt van het vrije verkeer van Turkse werknemers zoals beschermd door de stand-stillbepalingen in het Associatierecht EEG-Turkije. De verplichting tot medewerking aan het afnemen en verwerken van biometrische gegevens is een formele voorwaarde voor toegang en verblijf en is nieuw sinds de invoering van de Wet biometrie.
Hoewel het doel van de wet het verbeteren van identiteitsvaststelling en bestrijding van fraude is, is de maatregel niet proportioneel voor Turkse werknemers, omdat er onvoldoende onderbouwing is dat biometrische verwerking noodzakelijk is voor deze groep. Bovendien is de maatregel discriminerend en strijdig met het non-discriminatiebeginsel van de Associatieovereenkomst.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept de verplichting tot afgifte van biometrische gegevens. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en herroept de verplichting tot afgifte van biometrische gegevens voor de Turkse werknemer.