Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de man] ,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Indiase asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die werd afgewezen door de staatssecretaris. De rechtbank beoordeelde het asielrelaas, waarin eiser onder meer stelde te zijn neergestoken vanwege zijn geloof en vervolgd te worden. De staatssecretaris achtte een deel van het relaas ongeloofwaardig en wees de aanvraag af.
Eiser bracht in beroep een nieuw asielmotief naar voren, namelijk mishandeling door de Indiase politie, dat hij niet eerder had genoemd uit angst. De staatssecretaris wilde eiser hierover niet horen omdat het motief pas in beroep was aangevoerd en geen aannemelijke verklaring was gegeven voor het late tijdstip.
De rechtbank oordeelde dat het horen van eiser over het nieuwe motief noodzakelijk is voor een volledige en ex nunc toetsing van de asielaanvraag, en dat het niet horen hiervan een motiveringsgebrek vormt. Daarom past de rechtbank de bestuurlijke lus toe, geeft de staatssecretaris zes weken om het besluit te herstellen en stelt eiser in de gelegenheid te reageren.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, zodat eiser niet wordt uitgezet zolang het beroep loopt. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten van €992. De uitspraak is gedaan door rechter A.C. Loman op 30 augustus 2016.
Uitkomst: De rechtbank past de bestuurlijke lus toe en beveelt de staatssecretaris de asielzoeker te horen over het nieuwe asielmotief en wijst de voorlopige voorziening toe om uitzetting te voorkomen.