ECLI:NL:RBDHA:2016:1078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzettingsvoorbereiding
Eiser is op 18 januari 2016 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel en voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde bij de voorbereiding van zijn uitzetting. Verweerder voerde aan dat er wel handelingen waren verricht en dat eiser een rust- en voorbereidingstermijn kreeg.
De rechtbank oordeelt dat het doen van een asielaanvraag niet ontslaat van de verplichting om het onderzoek voor uitzetting spoedig te starten. Ondanks dat eiser op 18 januari 2016 in bewaring werd gesteld, had verweerder op de zitting van 28 januari 2016 nog geen uitzettingshandeling verricht. Dit is onvoldoende voortvarend en onrechtmatig.
De rechtbank stelt dat verweerder uiterlijk zeven dagen na inbewaringstelling onderzoek had moeten starten naar uitzettingsmogelijkheden. De bewaring vanaf 26 januari 2016 is daarom onrechtmatig en moet onmiddellijk worden opgeheven. Tevens kent de rechtbank eiser een schadevergoeding toe van €560 en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €992.
Uitkomst: Bewaring van eiser is onrechtmatig verklaard en onmiddellijk opgeheven met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.