ECLI:NL:RBDHA:2016:10750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking navordering bij verzwegen Nederlandse omzet overgeboekt naar buitenlandse rekening
Eiseres, samen met haar echtgenoot exploitant van een ijssalon, had een kasstorting van €60.000 gedaan op een Luxemburgse bankrekening, waarvan €30.000 niet was opgegeven als inkomen in Nederland. Verweerder legde een navorderingsaanslag op met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar, gebaseerd op artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr).
De rechtbank stelde vast dat de kasstorting betrekking had op verzwegen Nederlandse omzet en dat eiseres de aangifte niet correct had gedaan, waardoor de bewijslast werd omgekeerd. Echter, de rechtbank oordeelde dat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is wanneer de verzwegen omzet in Nederland is behaald en vervolgens naar een buitenlandse rekening is overgeboekt.
De rechtbank baseerde dit oordeel op de parlementaire geschiedenis en een arrest van de Hoge Raad, waarin werd gesteld dat een binnen Nederland ontstane gedraging niet valt onder de definitie van in het buitenland opgekomen inkomensbestanddeel. Daarom was verweerder niet bevoegd om de navorderingstermijn te verlengen en moest de navorderingsaanslag worden verminderd.
Daarnaast werd de heffingsrente overeenkomstig verminderd en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 12 juli 2016.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd omdat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is op verzwegen Nederlandse omzet die naar een buitenlandse rekening is overgeboekt.