ECLI:NL:RBDHA:2015:8083
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- C. van Boven-Hartogh
- A.W. Ente
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd en tegen het opleggen van een inreisverbod van tien jaar, gebaseerd op een ernstige bedreiging voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang heeft bij het beroep tegen de intrekking zolang het inreisverbod geldt, maar bespreekt de beroepsgronden. De intrekking is gebaseerd op een onherroepelijke veroordeling tot een gevangenisstraf van meer dan drie jaar en is met terugwerkende kracht tot de datum van het eerste delict vastgesteld. Verweerder heeft dit voldoende gemotiveerd, onder meer met verwijzing naar het beleid en jurisprudentie.
Ten aanzien van het inreisverbod oordeelt de rechtbank dat verweerder het unierechtelijk criterium voor gevaar voor de openbare orde niet juist heeft toegepast, omdat alleen naar eerdere delicten is gekeken zonder een individueel onderzoek naar het actuele gevaar en recidivegevaar. Ook is het privéleven van eiser niet meegewogen, terwijl dat volgens Europese jurisprudentie wel vereist is.
Daarom wordt het beroep tegen het inreisverbod gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met de verplichting voor verweerder een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €490.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.