Eiser is eigenaar van een gebouwde onroerende zaak waarvoor voor het jaar 2014 aanslagen watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing woonruimten zijn opgelegd. Vervolgens is een aparte aanslag watersysteemheffing eigenaren opgelegd. Eiser betwist onder meer of deze aanslag als navorderingsaanslag kan worden aangemerkt, of de verordening watersysteemheffing 2014 rechtsgeldig is gepubliceerd, en of de directeur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) bevoegd is tot heffing.
De rechtbank stelt vast dat de aanslag watersysteemheffing eigenaren een zelfstandige aanslag betreft met een andere heffingsmaatstaf en tarief dan de aanslag ingezetenen, en derhalve geen navorderingsaanslag is. De verordening is volgens de eisen van de Waterschapswet bekendgemaakt in het Waterschapsblad. De rechtbank volgt het hof Den Haag in de conclusie dat de directeur van de BSGR bevoegd is tot heffing en invordering van waterschapsbelastingen.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat hij geen watersysteemheffing eigenaren verschuldigd zou zijn. Ook is de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vernietiging van de aanslag af.