ECLI:NL:RBDHA:2015:4406
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in belastingzaak en oplegging wrakingsverbod
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde over een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2012. Verzoeker stelde dat de rechter hem niet begreep, de jurisprudentie niet kende en partijdig was, mede omdat de rechter een document niet aan het dossier wilde toevoegen en 'achter het Zorginstituut bleef staan'.
De rechter ontkende vooringenomenheid en gaf aan dat hij ter zitting met partijen had besproken waar het geschil over ging. De wrakingskamer oordeelde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en dat het ongenoegen van verzoeker onvoldoende was om wraking te rechtvaardigen. Ook de weigering om een document toe te voegen werd als een normale procesbeslissing gezien.
Gelet op eerdere kansloze wrakingsverzoeken van verzoeker en de aard van het huidige verzoek, werd vastgesteld dat sprake was van misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom legde de wrakingskamer een wrakingsverbod op voor toekomstige verzoeken in deze zaak.
Het wrakingsverzoek werd afgewezen, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en er wordt een wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van het wrakingsmiddel.