ECLI:NL:RBDHA:2015:16409
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter afgewezen wegens te late indiening
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter mr. R.J. ter Kuile naar aanleiding van diens handelswijze tijdens een comparitie van partijen op 15 juni 2015. Tijdens deze zitting liet de kantonrechter de griffier bellen met de eisende partij die niet was verschenen, wat verzoekster als onpartijdig en geïrriteerd ervaren heeft.
Hoewel verzoekster aanwezig was bij de comparitie en dus op dat moment bekend was met de feiten die aanleiding gaven tot wraking, heeft zij het verzoek pas op 11 augustus 2015 ingediend, ruim twee maanden later. De rechtbank oordeelde dat dit te laat was volgens artikel 37 lid 1 Rv Pro, dat vereist dat wraking zo spoedig mogelijk na bekendwording van de feiten wordt ingediend.
Verzoekster stelde dat zij eerst wilde onderzoeken hoe zij haar onvrede kon uiten, maar de rechtbank vond dat deze termijn niet zo lang mocht zijn dat het wrakingsverzoek pas wordt ingediend nadat de wederpartij al een conclusie van repliek had ingediend. Daarom werd zij niet ontvankelijk verklaard.
De rechtbank bepaalde dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek en dat de beslissing aan alle betrokken partijen wordt toegezonden.
Uitkomst: Verzoekster is niet ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens te late indiening.