ECLI:NL:RBDHA:2015:15637
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering beoordeling homoseksuele gerichtheid
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van zijn homoseksuele gerichtheid, welke door verweerder werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit vergelijkbaar was met een eerder besluit dat reeds was bekrachtigd, maar dat de beoordeling van de seksuele gerichtheid onvoldoende inzichtelijk was gemaakt.
Verweerder voerde een interne gedragslijn in die zich richt op het gehoor en de thema's daarin, maar deze gedragslijn maakt niet duidelijk hoe de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid wordt beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat deze gedragslijn niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid en motivering zoals gesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 8 juli 2015.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigd. Verweerder is opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens is verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder moet een nieuw besluit nemen.