Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 november 2015 in de zaken tussen
[eiser] , geboren op [1976] , eiser, [eiseres] , geboren op [1981] , eiseres,mede ten behoeve van hun minderjarige kinderen [minderjarige 1] , geboren op [2009] , [minderjarige 2] , geboren op [2011] ,allen van Iraanse nationaliteit,hierna gezamenlijk te noemen: eisers
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“De toetsing van de rechtbank blijft verbonden met de beschikking van het bestuursorgaan. De ratio van de Procedurerichtlijn is niet dat de rechter volstrekt zelfstandig, zonder zich rekenschap te geven van het oordeel van het bestuur, een oordeel vormt over de geloofwaardigheid van het asielrelaas.”
De taak van de bestuursrechter blijft dus volgens de MvT ook na inwerkingtreding van artikel 83a (nieuw) van de Vw toetsing van het bestuurlijk oordeel. De integrale geloofwaardigheids-beoordeling is in het besluit opgenomen om de motivering van het standpunt met betrekking tot de geloofwaardigheid van het asielrelaas te versterken, zodat deze motivering beter toetsbaar is voor de rechter. De MvT verwijst op pagina 21 naar de consultatiereactie op het wetsvoorstel van de ABRvS. De ABRvS heeft aangegeven dat sprake zou moeten zijn van een toetsende rechter en niet van een beoordelende rechter.
De rechtbank hecht er overigens nog aan om op te merken dat verweerder ter zitting heeft toegezegd dat in een eventuele opvolgende procedure niet aan eisers zal worden tegengeworpen dat zij eerder naar voren hadden moeten brengen dat zij - naar gesteld - bekeerd zijn.