ECLI:NL:RBDHA:2015:14138
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging bewaring vreemdeling met Dublinclaim en toekenning schadevergoeding
Eiser, een vreemdeling van Armeense nationaliteit, werd op 9 november 2015 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel ten onrechte was gebaseerd op het niet binnen vier weken uit eigen beweging verlaten van Nederland en het niet voldoen aan de vertrekplicht naar de verantwoordelijke lidstaat, aangezien eiser een Dublinclaim had bij de Italiaanse autoriteiten. Deze gronden konden niet aan de maatregel ten grondslag worden gelegd. Ook de grond dat eiser niet beschikte over voldoende middelen van bestaan werd verworpen omdat dit niet leidde tot een significant risico op onderduiken.
Verweerder stelde dat er een significant risico op onderduiken bestond vanwege het niet naleven van verplichtingen uit hoofdstuk 4 Vreemdelingenwet, geen vaste verblijfplaats en het niet beschikken over juiste documenten. De rechtbank vond de toelichting ter zitting voldoende gemotiveerd en verwierp dit verweer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan, met name omdat de medische omstandigheden van eiser niet waren betrokken in de belangenafweging. Hierdoor was de toepassing van de maatregel van meet af aan onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de maatregel, kende een schadevergoeding van €1.200 toe voor 15 dagen detentie en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €980.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring opgeheven en een schadevergoeding van €1.200 toegekend.