ECLI:NL:RVS:2015:2002
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 22 mei 2015 werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan de vreemdeling, die vervolgens werd voortgezet. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, beval de opheffing van de maatregel en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De staatssecretaris voerde aan dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing was op de vreemdeling en dat de rechtbank ten onrechte een motiveringsvereiste stelde voor het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel. De Afdeling overwoog dat de motiveringsvereiste uit het arrest Mahdi ook van toepassing is op de maatregel krachtens artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, ondanks het Tijdelijk besluit uitzonderingen Terugkeerrichtlijn.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank terecht oordeelde dat de staatssecretaris in het besluit kenbaar had moeten maken waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan. Het hoger beroep van de staatssecretaris faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een vergoeding toegekend over de periode van 2 tot 3 juni 2015. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven wegens gebrek aan motivering en de vreemdeling ontvangt een vergoeding.