ECLI:NL:RBDHA:2015:13161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie rijksbijdrage wegens overschrijding beloningsnorm bestuurder onderwijs
De zaak betreft een geschil over een correctie van €101.616,- op de rijksbijdrage aan een onderwijsinstelling wegens overschrijding van de maximale beloning van de voorzitter van het College van Bestuur in 2011. De Inspectie van het Onderwijs voerde een onderzoek uit naar de doelmatigheid van de besteding van de middelen, waarbij werd vastgesteld dat de totale bezoldiging van de bestuurder de norm van de Wet Normering Topinkomens (WNT) overschreed.
De stichting stelde dat de minister niet bevoegd was om de correctie aan te brengen en dat de Inspectie geen onderzoek naar doelmatigheid mocht doen. Deze bezwaren werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank oordeelde dat de minister binnen de wettelijke termijn en bevoegdheid handelde en dat de overschrijding van de norm terecht werd vastgesteld.
Verder verwierp de rechtbank de argumenten van de stichting over de toepassing van de CAO en de Regeling BAPO, evenals het betoog dat de correctie geen terugwerkende kracht mocht hebben. De rechtbank concludeerde dat de minister een redelijke belangenafweging had gemaakt en dat het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de correctie van de rijksbijdrage gehandhaafd.