ECLI:NL:RBDHA:2015:10400
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunningen wegens schijnconstructie bij Chinese arbeidsmigranten
Eisers, van Chinese nationaliteit, hadden verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd die zijn ingetrokken door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wegens het verstrekken van opzettelijk onjuiste gegevens en het gebruik van een schijnconstructie. De intrekking is gebaseerd op een strafrechtelijk onderzoek ('[naam project]') waaruit bleek dat een dadergroep via honderden rechtspersonen arbeids- en verblijfsvergunningen voor Chinese migranten faciliteerde zonder dat sprake was van reële bedrijfsactiviteiten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het bedrijf [naam bedrijf], waarbij eiseres 1 werkzaam zou zijn, een fictieve onderneming is. De door eisers overgelegde stukken, zoals jaaropgaven en bankafschriften, weerleggen dit onvoldoende. Onregelmatigheden in loonbetalingen en het ontbreken van handelsactiviteiten ondersteunen het oordeel van de rechtbank.
Eisers voerden onder meer aan dat zij niet verantwoordelijk zijn voor onjuiste gegevens en dat zij bewijsnood hebben door beslagleggingen, maar deze bezwaren worden verworpen. De intrekking van de verblijfsvergunningen en de opgelegde inreisverboden zijn volgens de rechtbank terecht en proportioneel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunningen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.