ECLI:NL:RBDHA:2014:9913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid bekering
Eiser, van Iraanse nationaliteit, vroeg op 29 november 2013 een verblijfsvergunning asiel aan met als grondslag zijn bekering tot het christendom en het risico op vervolging in Iran als afvallige. Verweerder wees de aanvraag af en legde een inreisverbod op. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van een theoloog en geestelijke, die eiser als deskundige aanduidt, geen deskundigenverklaring is in juridische zin, maar wel als bewijs kan dienen ter onderbouwing van de bekering. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij ondanks de verklaringen van eiser en de geestelijke de bekering ongeloofwaardig acht.
De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de verklaringen van eiser over zijn geloofsproces, de voorbereiding op de doop en zijn betrokkenheid bij kerkelijke activiteiten. Ook de kritiek op het ontbreken van concrete details over het eerste kerkbezoek en de doopmotieven is onvoldoende onderbouwd.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 Awb Pro en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de geloofwaardigheid van de bekering adequaat moet worden beoordeeld. Tevens worden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ongeloofwaardigheid van de bekering.