Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De naamloze vennootschap Deutsche Bank Nederland N.V;
[verweerder],
BESLISSING
advocaat te 's-Gravenhage;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van Deutsche Bank Nederland N.V. en ABN AMRO Bank N.V. tot faillietverklaring van een persoon zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. De verzoekers stelden dat de schuldenaar is opgehouden te betalen en dat het centrum van zijn voornaamste belangen in Nederland ligt, ondanks diens uitschrijving uit de gemeentelijke basisadministratie in 2001.
Verweerder betwistte dat het centrum van zijn belangen in Nederland ligt en stelde dat dit mogelijk in Zwitserland of Spanje is. De rechtbank oordeelde dat het centrum van voornaamste belangen de plaats is waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer voert en die herkenbaar is voor derden. Gezien het ontbreken van concrete feiten die het tegendeel bewijzen, en de zakelijke banden met Nederland na 2001, concludeerde de rechtbank dat het centrum van voornaamste belangen in Nederland blijft.
De rechtbank stelde vast dat verweerder aanzienlijke schulden heeft bij de verzoekers en dat hij is opgehouden te betalen. Daarom werd het verzoek tot faillietverklaring toegewezen. Tevens werd een rechter-commissaris en curator benoemd en werden de nodige bevoegdheden aan de curator verleend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart verweerder failliet en bevestigt haar bevoegdheid op grond van het centrum van voornaamste belangen in Nederland.