Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Nederlandse Letselstichting,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De Stichting tot Verhaal van Letsel- en Overlijdensschade (Stichting c.s.) sloot op 5 maart 2014 een vaststellingsovereenkomst met [B], waarin een geheimhoudingsplicht werd opgenomen met een boetebeding van €25.000 per overtreding per dag. Na vermeende schendingen door [B], die geen bekende verblijfplaats heeft, gaf de Stichting opdracht aan een gerechtsdeurwaarder om de overeenkomst te betekenen en betaling van €10.100.000 aan boetes te vorderen.
De gerechtsdeurwaarder weigerde het betalingsbevel te doen, stellende dat boetebedragen pas na betekening van de executoriale titel kunnen worden verbeurd, vergelijkbaar met dwangsommen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het proces-verbaal niet zonder meer een executoriale titel oplevert voor boetes die zijn verbeurd vóór de eerste betekening van dat proces-verbaal.
De voorzieningenrechter benadrukte dat de boete een voorwaardelijke titel is, afhankelijk van het niet-naleven van de geheimhoudingsplicht, en dat voorafgaande betekening noodzakelijk is om de schuldenaar te informeren en discussie over executie te voorkomen. De Stichting kan wel een afzonderlijke executoriale titel verkrijgen voor boetes die voorafgaand aan de betekening opeisbaar zijn geworden.
De Stichting werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl [B] geen kosten werd toegekend. Dit vonnis werd op 6 juni 2014 door mr. G.P. van Ham gewezen.
Uitkomst: De Stichting kan geen betalingsbevel doen voor boetes die zijn verbeurd vóór de eerste betekening van het proces-verbaal.