ECLI:NL:RBDHA:2014:6449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Noord-Koreaanse asielzoeker met vestigingsalternatief Zuid-Korea
Eiser, een Noord-Koreaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na vlucht uit Noord-Korea vanwege de arrestatie en executie van zijn vader wegens politieke activiteiten. Hij verbleef zeven jaar illegaal in China en vreesde terugkeer naar Noord-Korea.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van zijn identiteit en reisroute, en zijn verhaal over vervolging niet volledig aannemelijk was. Daarnaast werd gesteld dat eiser zich op zijn Zuid-Koreaanse staatsburgerschap kon beroepen, waardoor hij geen asiel in Nederland nodig had.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over het bezoek van de veiligheidsdienst niet overtuigend waren en dat het vestigingsalternatief Zuid-Korea effectief en redelijkerwijs van eiser verwacht kon worden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de aangehaalde eerdere besluiten niet vergelijkbaar waren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij zich op zijn Zuid-Koreaanse staatsburgerschap kan beroepen en onvoldoende vervolgingsgevaar aannemelijk heeft gemaakt.