ECLI:NL:RBDHA:2014:4869
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Recht op teruggaaf omzetbelasting voor DGA op grond van vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel
Eiseres verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over juni 2007, maar de Belastingdienst stelde dit verzoek op nihil vast. Dit leidde tot bezwaar en vervolgens beroep bij de rechtbank. De kern van het geschil was of eiseres mocht vertrouwen op het ondernemerschap van haar directeur-grootaandeelhouder (DGA) in de periode van april 2002 tot oktober 2007, ondanks het latere Van der Steen-arrest van het Hof van Justitie.
De rechtbank stelde vast dat op basis van het arrest van de Hoge Raad van 26 april 2002, het Besluit van 21 december 2007 en de fiscale eenheid eiseres mocht vertrouwen op het ondernemerschap van de DGA in genoemde periode. Hierdoor had zij recht op teruggaaf van de omzetbelasting. De Belastingdienst had ten onrechte de teruggaaf op nihil gesteld en handelde in strijd met het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod van willekeur door pas na zes jaar te beslissen.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde de teruggaafbeschikking vast op het gevraagde bedrag van € 121.834 en veroordeelde de Belastingdienst in de proceskosten van € 3.000. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en de teruggaaf toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de teruggaafbeschikking vast op € 121.834 en veroordeelt de Belastingdienst in de proceskosten.