ECLI:NL:RBDHA:2014:3345
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en oplegging inreisverbod wegens gevaar voor nationale veiligheid
Eiser, een Russische nationaliteit dragende vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van een individueel ambtsbericht van de AIVD waarin eiser wordt beschouwd als een gevaar voor de nationale veiligheid vanwege zijn aanhangen van het jihadistisch gedachtegoed en pogingen zich aan te sluiten bij de gewelddadige jihad in Jemen.
De rechtbank beoordeelde of het ambtsbericht voldoende objectief, onpartijdig en inzichtelijk was en concludeerde dat dit het geval was. Eiser bracht geen concrete aanknopingspunten aan die twijfel zaaiden over de juistheid of volledigheid van het ambtsbericht. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet verplicht was de vertrouwelijke onderliggende stukken te raadplegen en dat het beroep van eiser op schending van het recht op een eerlijk proces faalde, mede omdat de rechtbank zelf inzage had gehad in de stukken.
Verder werd vastgesteld dat eiser geen aannemelijk risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Rusland, mede gelet op zijn verkrijging van een nieuw paspoort en de beoordeling volgens het UNHCR-Handboek. Ook het beroep op sociaal-economische omstandigheden en publiciteit faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het inreisverbod van twintig jaar werd eveneens in stand gelaten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en oplegging van het inreisverbod wordt in stand gehouden.