ECLI:NL:RBDHA:2014:2051
Rechtbank Den Haag
- Schadevergoedingsuitspraak
- I. Obbink-Reijngoud
- M.A. Dirks
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift rechtsgeldig ingetrokken; verzoek immateriële schadevergoeding afgewezen
Eiser maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen en boetes opgelegd door de Belastingdienst over meerdere jaren. Na een lange procedure en communicatie over de afwikkeling van de bezwaren, heeft eiser via een keuzeformulier de bezwaren ingetrokken. Verweerder bevestigde deze intrekking aan eiser, maar niet aan diens gemachtigde.
De rechtbank beoordeelde of deze intrekking rechtsgeldig was en of verweerder onzorgvuldig had gehandeld door de bevestiging niet aan de gemachtigde te sturen. De rechtbank oordeelde dat de intrekking uitdrukkelijk en ondubbelzinnig was en dat verweerder niet onzorgvuldig had gehandeld, mede omdat de gemachtigde op de hoogte was van de correspondentie.
Verder stelde eiser dat hij mogelijk onjuist had gehandeld bij het aankruisen van het keuzevakje en dat hij na overleg met zijn gemachtigde niet tot intrekking was overgegaan. De rechtbank vond dit geen verschoonbare dwaling en verwierp het beroep.
Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de bezwaren rechtsgeldig waren ingetrokken. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.