ECLI:NL:RBDHA:2014:16658
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen strafrechters rechtbank Den Haag wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, verzocht om wraking van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag wegens vermeende vooringenomenheid. Hij stelde dat de rechtbank te veel gericht was op efficiency, onderzoekswensen afwees en dat een opmerking van de voorzitter over getuigenbeïnvloeding de schijn van partijdigheid wekte.
De strafrechters en officier van justitie ontkenden vooringenomenheid en gaven aan dat afwijzingen van verzoeken goed gemotiveerd waren en dat de opmerking over getuigenbeïnvloeding een taak van de voorzitter betrof om de procesorde te bewaken.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het volledige proces-verbaal toonde aan dat de rechtbank zorgvuldig en onpartijdig had gehandeld. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014 door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de strafrechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.