ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek fiscale eenheid tussen Nederlandse en buitenlandse vennootschappen bevestigd
Eiseres, een Nederlandse dochtermaatschappij van een Deense moedermaatschappij, verzocht samen met acht andere vennootschappen, waaronder buitenlandse vennootschappen met vaste inrichtingen in Nederland, om te worden samengevoegd in een fiscale eenheid. Verweerder wees dit verzoek af vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag, aangezien eiseres niet de moedermaatschappij is van de andere vennootschappen en niet voldoet aan de bezitseis van minimaal 95% aandelen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek mede betrekking heeft op vennootschappen buiten Nederland, waardoor het Europese recht van toepassing is. De rechtbank beoordeelt dat de Nederlandse regeling geen verboden discriminatie vormt omdat ook in interne situaties fiscale eenheid tussen zustermaatschappijen zonder moedermaatschappij niet mogelijk is. Het beroep van eiseres op het Papillonarrest faalt omdat de casus wezenlijk verschilt.
Daarnaast faalt het beroep op non-discriminatiebepalingen in belastingverdragen met Denemarken en Zweden, omdat de Nederlandse regeling toerekening van resultaten alleen aan de moedermaatschappij toestaat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot fiscale eenheid.
Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag. De rechtbank legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot fiscale eenheid wordt afgewezen.