Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Personal participation:
Rechtbank Den Haag
Eiser, een voormalig officier van de Afghaanse veiligheidsdiensten KhAD/WAD, werd op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege vermeende betrokkenheid bij misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder baseerde dit besluit op een ambtsbericht waarin werd gesteld dat (onder)officieren van KhAD/WAD in de regel persoonlijk verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen.
Eiser voerde aan dat hem ten onrechte artikel 1(F) is tegengeworpen en dat er concrete aanknopingspunten zijn die twijfel zaaien over de juistheid van het ambtsbericht, onder meer door brieven van de Afghaanse vice-consul en politie. De rechtbank oordeelde dat deze brieven geen concreet aanknopingspunt vormen, maar dat verweerder onvoldoende individueel onderzoek heeft verricht naar de specifieke situatie van eiser, ondanks diens pogingen om nadere informatie te verkrijgen.
De rechtbank stelde vast dat de toepasselijkheid van artikel 1(F) op eiser niet eerder in rechte was vastgesteld en dat verweerder, gezien zijn betere positie ten opzichte van eiser, nader onderzoek had moeten doen naar de onderbouwing van de verklaringen van de Afghaanse autoriteiten. Het besluit is daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en vernietigd. Verweerder krijgt twaalf weken de tijd om een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak.
Daarnaast werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op het beroep zelf heeft beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd en verweerder krijgt twaalf weken om een nieuw besluit te nemen.