ECLI:NL:RVS:2012:BW4286
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister van Justitie op 22 maart 2002 en opnieuw op 29 december 2008 werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het algemeen ambtsbericht over de KhAD/WAD, waarin werd gesteld dat (onder)officieren van deze Afghaanse veiligheidsdiensten persoonlijk betrokken waren bij ernstige misdrijven zoals arrestaties, martelingen en executies, en daarom artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op hen van toepassing is.
De vreemdeling voerde in zijn opvolgende aanvraag diverse rapporten, brieven en een UNHCR Note aan die volgens hem nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die het eerdere besluit konden weerleggen. De rechtbank had het besluit van 29 december 2008 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de aangevoerde stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigen. Ook was er geen relevante wijziging van het recht op grond van artikel 12 lid 2 van Pro de richtlijn 2004/83/EG. De Raad stelde vast dat de brieven van 2009 en de UNHCR Note onvoldoende concrete en betrouwbare bronnen bevatten om twijfel aan het ambtsbericht te rechtvaardigen.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 29 december 2008 ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 29 december 2008 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.