ECLI:NL:RBDHA:2013:14231
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen wegens KB Lux-rekening
De zaak betreft een geschil over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2002 en 2003, waarbij eiser wordt aangemerkt als rekeninghouder van een buitenlandse KB Lux-rekening. De Belastingdienst baseerde de aanslagen op gegevens die via een spontane uitwisseling tussen Belgische en Nederlandse autoriteiten waren verkregen na diefstal van microfiches bij KB Lux.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van het bewijs en de identificatie als rekeninghouder, maar de rechtbank oordeelde dat het bewijs niet onrechtmatig verkregen was en dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat eiser houder was van de rekening. De bewijslast werd omgekeerd omdat eiser niet aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan.
De rechtbank achtte de schatting van de belasting door verweerder redelijk en vermindert de aanslag over 2002 conform het standpunt van verweerder. Het beroep tegen de aanslag 2002 wordt gegrond verklaard, voor de overige aanslagen wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de aanslag 2002 met vermindering van het belastbare inkomen, en ongegrond voor overige jaren; verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.