ECLI:NL:RBDHA:2013:10656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling winst uit onderneming versus resultaat uit overige werkzaamheden bij aanslag inkomstenbelasting
Eiser heeft voor het jaar 2009 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ontvangen, waarbij de inspecteur het belastbare inkomen heeft vastgesteld op basis van resultaat uit overige werkzaamheden en niet winst uit onderneming. Eiser betwist dit en stelt dat de aanslagen onterecht zijn en dat de inspecteur onzorgvuldig heeft gehandeld in de bezwaarfase.
De rechtbank stelt vast dat eiser in 2009 als firmant van een VOF nagenoeg uitsluitend werkzaamheden verrichtte voor een derde partij en dat hij eerder een VAR-WUO had ontvangen. De inspecteur heeft echter bij de aanslagregeling het ondernemerschap opnieuw beoordeeld, mede op basis van een uitspraak van het gerechtshof die het ondernemerschap voor latere jaren heeft verworpen.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet gebonden was aan de eerder afgegeven VAR-WUO en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van winst uit onderneming. Ook is geen sprake van schending van de hoorplicht of onzorgvuldigheid in de bezwaarprocedure. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslagen gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.