ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2800
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikkingen wegens onjuiste objectafbakening bedrijfspand
Belanghebbende is eigenaar van een bedrijfspand bestaande uit een benedenverdieping die verhuurd is aan de gemeente en een bovenverdieping die leegstaat. De gemeente heeft de benedenverdieping in twee ruimtes gesplitst, maar alle ruimtes zijn met dezelfde sleutel toegankelijk. De heffingsambtenaar heeft het pand daarom onterecht in drie delen gesplitst en afzonderlijke WOZ-waardebeschikkingen en aanslagen opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de ruimtes niet als zelfstandig afsluitbare gedeelten kunnen worden beschouwd zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Wet WOZ. De aanwezigheid van een aparte zijdeur met een andere sleutel voor de brandweer doet hier niet aan af, omdat deze ruimte ook via de hoofdingang bereikbaar is.
Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad moet bij een onjuiste objectafbakening de waardebeschikkingen en daarop gebaseerde aanslagen worden vernietigd. De heffingsambtenaar kan vervolgens een nieuwe beschikking geven voor het correct afgebakende object. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beschikkingen en aanslagen. Het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De WOZ-beschikkingen en aanslagen onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing worden vernietigd wegens onjuiste objectafbakening.