ECLI:NL:RBBRE:2012:BY1562
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- C.A.F.M. Stassen
- W.A.P. van Roij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting wegens omkering bewijslast bij verkoop buitenlandse vennootschappen
Belanghebbende, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap, verrichtte in 2004 activiteiten in Nederland door verkoop en beheer van buitenlandse vennootschappen en verhuur van kantoorruimte. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat belanghebbende geen aangifte had gedaan en het nultarief onterecht had toegepast.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende als ondernemer moet worden aangemerkt en dat de diensten in Nederland zijn verricht, waardoor omzetbelasting verschuldigd is. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd dat het nultarief van toepassing is, terwijl de inspecteur terecht de bewijslast heeft omgekeerd wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie.
De inspecteur baseerde de naheffing op een redelijke schatting van de omzet, onderbouwd met gegevens van derden en facturen. Belanghebbende heeft niet overtuigend aangetoond dat de correcties onjuist zijn. Het beroep tegen de naheffingsaanslag en heffingsrente wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting 2004 wordt ongegrond verklaard.