ECLI:NL:RBBRE:2012:BX8420
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Premieplicht volksverzekeringen voor kapitein rijnvarende op binnenvaartschip
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en kapitein op een schip dat merendeels op binnenwateren buiten de Rijn voer, betwistte zijn premieplicht voor de volksverzekeringen in Nederland over 2006. De inspecteur stelde dat het Verdrag Rijnvarenden van toepassing is, waardoor Nederland als vestigingsstaat van de exploitant premieplichtig is.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende als rijnvarende in de zin van het Verdrag Rijnvarenden moet worden aangemerkt, ook al voer het schip merendeels op andere rivieren dan de Rijn. De aanwijsregels van het Verdrag Rijnvarenden prevaleren boven de Verordening (EG) nr. 1408/71, waardoor de E101-verklaring van Luxemburg geen doorslaggevende betekenis heeft.
Verder stelde de rechtbank vast dat de Nederlandse vennootschap, eigenaar van het schip en vermeld op de Rijnvaartverklaring, als exploitant moet worden aangemerkt. Ook al was er een Luxemburgse exploitant met certificaten, de bewijslast rustte op de inspecteur die aannemelijk maakte dat de Nederlandse vennootschap het schip daadwerkelijk exploiteerde.
Belanghebbende kon niet aantonen dat hij in Luxemburg verzekerd was en dat dubbele premieheffing werd voorkomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag premies volksverzekeringen bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Belanghebbende is premieplichtig voor de volksverzekeringen in Nederland over 2006.