ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4594
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht tijdelijke verlaging overdrachtsbelasting woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de inspecteur om voor de overdrachtsbelasting het tarief van 6% toe te passen op de verkrijging van een woning die plaatsvond vóór 15 juni 2011. De tijdelijke verlaging van het tarief naar 2% gold namelijk vanaf 15 juni 2011 tot 1 juli 2012. De rechtbank overweegt dat de wetgever goede redenen had om de verlaging met terugwerkende kracht vanaf 15 juni 2011 te laten ingaan, mede om uitstelgedrag te voorkomen en het vertrouwen in de woningmarkt te versterken.
Belanghebbende stelde dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat zij niet van de verlaging kon profiteren terwijl anderen dat wel konden, en dat de terugwerkende kracht verder had moeten gaan. De rechtbank oordeelt dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft op fiscaal gebied en dat de ongelijke behandeling in tijd gerechtvaardigd is door objectieve en redelijke gronden. Tevens is de motivering van de uitspraak op bezwaar voldoende.
De rechtbank wijst erop dat de wetgever en het kabinet met persberichten en besluiten de maatregel duidelijk hebben aangekondigd en dat het beleid niet in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur of het gelijkheidsbeginsel zoals neergelegd in het IVBPR en EVRM. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het tarief van 6% blijft van toepassing voor de verkrijging vóór 15 juni 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting niet geldt voor leveringen vóór 15 juni 2011.