ECLI:NL:RBBRE:2011:BV0366
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingaanslag en heffingsrente inzake inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen
Belanghebbende, woonachtig in België, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2006, waarbij onder meer de waardering van een Nederlandse woning en de toepassing van persoonsgebonden aftrek ter discussie stonden.
De rechtbank oordeelde dat de aanvullende gemeentebelasting in België niet door een andere soevereine staat wordt geheven, waardoor belanghebbende als werknemer in Nederland moet worden aangemerkt voor de loon- en inkomstenbelasting. Tevens werd vastgesteld dat de WOZ-waarde van de Nederlandse woning als grondslag voor het inkomen uit sparen en beleggen moet gelden, ondanks dat de woning niet verhuurd was.
Verder werd geoordeeld dat de persoonsgebonden aftrek voor levensonderhoud van kinderen niet van toepassing is omdat de kinderen gebruik maakten van studiefinanciering volgens de WSF 2000. De berekening van de heffingsrente werd als correct beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag alsmede de heffingsrente bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2006 is ongegrond verklaard.