ECLI:NL:RBBRE:2011:BU8777
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs aanmerkelijk-belangaandelen bij immigratie en aandelenruil
Belanghebbende, een Belgische dga die in 2006 naar Nederland immigreerde, had een aanmerkelijk belang in diverse vennootschappen, waaronder een Belgische BVBA met Nederlandse dochter. De inspecteur stelde de verkrijgingsprijs van de aandelen in de Nederlandse holding vast met toepassing van een step-down regeling, waardoor de waardeaangroei tot de immigratiedatum werd afgewaardeerd.
De rechtbank oordeelde dat deze toepassing van artikel 16, elfde lid, Uitv.Besl. IB 2001 onverenigbaar is met artikel 43 van Pro het EG-Verdrag, omdat het leidt tot een hogere belastingdruk bij latere vervreemding dan voor een inwoner die altijd in Nederland woonde. Dit vormt een belemmering zonder rechtvaardiging.
De rechtbank stelde daarom de verkrijgingsprijs van de aandelen in de holding vast op een hoger bedrag van € 846.100 in plaats van de door de inspecteur vastgestelde € 560.400. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan op 25 november 2011 en is vatbaar voor hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verkrijgingsprijs van de aandelen in de holding vast op € 846.100 en vernietigt de beschikking van de inspecteur.