ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7528
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullende gemeentebelasting in Belgische woonplaats bij Nederlandse inkomstenbelasting
Belanghebbende, woonachtig in België, betwistte de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2008, waarbij zij stelde dat de Belgische aanvullende gemeentebelasting op haar inkomen toepassing van artikel 2, vijfde lid, Wet LB zou verhinderen.
De rechtbank onderzocht of deze aanvullende belasting een belasting naar het inkomen is en of deze door of vanwege een andere Mogendheid (soevereine staat) wordt geheven. De rechtbank stelde vast dat het inderdaad een belasting naar het inkomen betreft, zoals ook bevestigd door het belastingverdrag tussen Nederland en België.
Echter oordeelde de rechtbank dat de belasting niet door een soevereine staat wordt geheven, maar door provincies, agglomeraties en gemeenten, en dat het feit dat de Belgische staat de belasting int, niet voldoende is om te spreken van heffing door een andere Mogendheid.
Daarom is artikel 2, vijfde lid, Wet LB niet van toepassing en is de aanslag inkomstenbelasting terecht opgelegd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen wordt ongegrond verklaard.