ECLI:NL:RBBRE:2011:BP4567
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Thincapregeling en renteaftrekbeperking bij fiscale eenheid niet in strijd met eigendomsrecht
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap met een Zwitserse holding als aandeelhouder, betwist de toepassing van de renteaftrekbeperking (thincapregeling) uit artikel 10d van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 voor het jaar 2006. De inspecteur heeft de aanslag vennootschapsbelasting verhoogd vanwege deze regeling, die een beperking oplegt aan renteaftrek bij een te hoge verhouding vreemd vermogen/eigen vermogen binnen een fiscale eenheid.
Belanghebbende voert aan dat artikel 10d in strijd is met artikel 56 EG Pro-Verdrag en het eigendomsrecht uit artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM, en dat de regeling onredelijk is door het zogenaamde goodwillgat dat ontstaat bij fiscale eenheid. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende zich niet kan beroepen op de vrijheid van vestiging omdat de holding in een derde land is gevestigd, en dat de thincapregeling correct moet worden toegepast op basis van de fiscale vermogensopstelling van de fiscale eenheid.
De rechtbank wijst het beroep af omdat de wetgever bewust het effect van het goodwillgat heeft aanvaard en de rechter niet bevoegd is om billijkheidstoetsen toe te passen. Ook is geen schending van het eigendomsrecht vastgesteld omdat belastingmaatregelen een ruime beoordelingsmarge kennen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de toepassing van de thincapregeling wordt ongegrond verklaard.