ECLI:NL:RBBRE:2010:BO4776
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- W. Brouwer
- M.J.G.A.M. Weerepas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navordering en boete wegens verzwegen buitenlandse bankrekeningen
Belanghebbende, woonachtig in de Verenigde Staten, hield in 1998 bankrekeningen aan bij Van Lanschot Bankiers (Luxemburg), Wells Fargo Bank (VS) en BNP Paribas (Frankrijk) die niet waren vermeld in zijn aangifte vermogensbelasting. De inspecteur legde een navorderingsaanslag en een boete op wegens opzet.
De rechtbank overwoog dat de inspecteur de navorderingstermijn van twaalf jaar terecht toepaste, conform jurisprudentie van het HvJ EG en de Hoge Raad, omdat de buitenlandse tegoeden aanvankelijk niet bekend waren en de inspecteur vanaf identificatie met redelijke voortvarendheid handelde. De stelling van belanghebbende dat de termijn discriminatoir is, werd verworpen.
De boete van 50% werd passend geacht gezien de ernst van het vergrijp en het ontbreken van inkeer. De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar matigde de boete niet vanwege het geringe bedrag. De heffingsrente werd correct vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag en boete wordt ongegrond verklaard.