ECLI:NL:RBBRE:2010:BM6278
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering en boete wegens niet-naleving administratieve verplichtingen kassasysteem supermarkt
Belanghebbende, exploitant van een supermarkt en deel van een fiscale eenheid, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes nadat de ex-bedrijfsleider verklaarde dat directeuren omzet uit retouren en andere kassa-inkomsten onttrokken. Bij controles bleek dat digitale kassabonnen vanaf 2001 ontbraken, wat leidde tot een omkering van de bewijslast.
De rechtbank stelde vast dat de digitale kassabonnen essentiële primaire bescheiden zijn en dat het wissen ervan een schending van artikel 52 AWR Pro betekent. Belanghebbende voerde overmacht aan, maar dit werd verworpen omdat het wissen het gevolg was van eigen handelen en onvoldoende aannemelijk was dat gegevens per ongeluk verloren gingen.
De inspecteur mocht op basis van het ontbreken van de administratie en de verklaring van de bedrijfsleider aannemen dat omzet was verzwegen. De opgelegde vergrijpboete werd passend bevonden, maar gematigd vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan vier jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boete betrof, vernietigde de uitspraak op bezwaar tegen de boete, verminderde deze tot € 3.164 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Navordering en boete blijven in stand, boete gematigd wegens termijnoverschrijding.