ECLI:NL:RBBRE:2010:BL7158
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling pro-forma verzoek toepassing 30%-regeling niet aangetoond
Belanghebbende trad op 1 juni 2008 in dienst bij een werkgever en verzocht op 25 februari 2009 om toepassing van de 30%-regeling. De inspecteur besloot positief op dit verzoek met ingang van 1 maart 2009. Belanghebbende stelde echter dat zij reeds op 29 september 2008 een pro-forma verzoek had ingediend, waardoor de regeling eerder zou moeten ingaan.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende de bewijslast droeg om aan te tonen dat dit pro-forma verzoek daadwerkelijk was verzonden. Hoewel zij een kopie van de brief, een interne verzendlijst en e-mails over de verzending overlegde, ontbrak bewijs dat de brief daadwerkelijk ter post was bezorgd. De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 1999 ter ondersteuning van dit oordeel.
Daarmee werd geconcludeerd dat het verzoek op 25 februari 2009 is ingediend en de ingangsdatum van de 30%-regeling correct is vastgesteld op 1 maart 2009. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het pro-forma verzoek niet is aangetoond.