ECLI:NL:RBBRE:2009:BQ8765
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting en vernietiging vergrijpboete wegens vertrouwensbeginsel
Belanghebbende, actief in de uitlening van personeel, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting en een vergrijpboete opgelegd door de inspecteur over de jaren 2003 tot en met 2005. De naheffingsaanslag bedroeg oorspronkelijk € 265.534 met een vergrijpboete van € 66.383. Na een boekenonderzoek in 2005 was de G-rekening gedeblokkeerd zonder correcties, maar een vervolgonderzoek in 2007 leidde tot de aanslag wegens ontbrekende loonbelastingverklaringen, ID-bewijzen en correcties op het gebruikelijk loon.
Belanghebbende maakte bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een motivering. De rechtbank oordeelt dat dit onterecht was en verklaart het beroep ontvankelijk. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat belanghebbende terecht een beroep doet op het vertrouwensbeginsel, omdat zij mocht aannemen dat de loonadministratie reeds was beoordeeld bij het deblokkeringsonderzoek. Dit leidt tot vernietiging van de vergrijpboete en vermindering van de naheffingsaanslag tot € 3.934, de correctie over 2003 die niet werd betwist.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van het vertrouwensbeginsel in belastingzaken en beperkt de sancties wanneer de inspecteur eerder een administratieve goedkeuring heeft gegeven zonder nadere correcties.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd tot € 3.934 en de vergrijpboete wordt vernietigd wegens toepassing van het vertrouwensbeginsel.