ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1634
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.C. Blommers
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Vestigingsplaats holding en binnenlandse belastingplicht vennootschap
Belanghebbende, een houdstermaatschappij opgericht naar Nederlands recht, had haar zetel verplaatst naar België en haar rechtsvorm gewijzigd in BVBA. De directeur-grootaandeelhouder woonde sinds 1993 in België. De inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op, die belanghebbende betwistte met het argument dat de werkelijke leiding in België was gevestigd.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende ook in België belastingplichtig was en dat volgens het belastingverdrag met België de plaats van werkelijke leiding bepalend is voor de woonstaat. Uit verklaringen en stukken bleek dat het zwaartepunt van de beslissingen en feitelijke leiding bij de directeur-grootaandeelhouder op zijn woonadres in België lag, ondanks dat administratieve werkzaamheden in Nederland werden verricht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag. Tevens veroordeelde zij de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat de feitelijke leiding en niet alleen de formele vestigingsplaats bepalend is voor de belastingplicht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting verminderd omdat de feitelijke leiding van belanghebbende in België is gevestigd.