ECLI:NL:RBBRE:2008:BG6333
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over tariefgroep successierecht bij betwisting vaderschap
Belanghebbende, de buitenechtelijke dochter van de overleden erflater, betwist de toepassing van tariefgroep III voor de successierechtelijke aanslag en verzoekt toepassing van tariefgroep I op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank overweegt dat hoewel er regelmatig contact was tussen erflater en belanghebbende, dit niet zodanig was dat sprake kan zijn van nauwe persoonlijke betrekkingen of family life in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank constateert dat belanghebbende niet door erflater is erkend en dat zij volgens Nederlands recht geen kind van erflater is. Hierdoor is tariefgroep III terecht toegepast. De inspecteur moet de door de weduwe ingediende aangifte successierecht, die belanghebbende niet kende, overleggen omdat deze tot de gedingstukken behoort.
De rechtbank schorst de behandeling van de zaak om belanghebbende in de gelegenheid te stellen een vaderschapsactie te starten. Indien het vaderschap wordt vastgesteld, zal de inspecteur de aanslag aanpassen. De tussenuitspraak is gedaan door drie rechters en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft voorlopig de toepassing van tariefgroep III en schorst de procedure voor vaststelling vaderschap.