ECLI:NL:RBBRE:2008:BG3902
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- M.G.J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en inkomenstoerekening bij complexe buitenlandse vennootschappen en bankrekeningen
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, werd geconfronteerd met aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2000, waarbij de inspecteur een belastbaar inkomen van ruim ƒ 4,8 miljoen vaststelde. De inspecteur stelde dat belanghebbende via complexe buitenlandse vennootschappen en bankrekeningen inkomsten aan het zicht van de Nederlandse fiscus had onttrokken.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende feitelijk in Nederland woonde en dat hij economisch eigenaar was van diverse buitenlandse vennootschappen, ondanks formele constructies met trustkantoren in Zwitserland en de Britse Maagdeneilanden. Belanghebbende had aanzienlijke bedragen aan contante opnames en overboekingen naar buitenlandse rekeningen gedaan, waarvan de rechtbank aannam dat deze als uitdeling aan belanghebbende moesten worden aangemerkt.
De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende dat hij niet binnenlands belastingplichtig was en dat de inspecteur onrechtmatig bewijs had verkregen. Ook wees zij de aftrek van partneralimentatie af wegens het voortduren van samenwoning. De verzuimboete werd gehandhaafd, maar verminderd vanwege de overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar en beroep.
Uiteindelijk werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard voor zover het de aanslagen betreft, en gegrond voor zover het de boetebeschikking betreft, met een vermindering van de boete tot ƒ 2.000. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanslagen worden gehandhaafd, de boete verminderd tot ƒ 2.000 en de inspecteur veroordeeld tot proceskostenvergoeding.